Misschien herken je meer dan je dacht.

 

 

Altijd moe en toch ga je gewoon door. 

Je probeert rust te nemen, maar je komt nooit werkelijk tot rust. 

 

 

Je lichaam staat altijd aan.

Je hoofd staat nooit stil.

  

 

Je blijft denken, analyseren, piekeren…

 

Zoekend naar antwoorden.

 

Waarom er gebeurde wat er gebeurde.

Waarom iemand zo reageerde.

Waarom jij je zo voelt.

 

 

Het proberen te begrijpen… Alsof daar de oplossingen liggen.

In de hoop dat begrijpen uiteindelijk iets zal veranderen.

 

En ondertussen blijven dezelfde patronen terugkomen.

Dezelfde emoties die komen en gaan.

Dezelfde situaties die zich blijven herhalen.

Dezelfde discussies.

 

Alsof je steeds opnieuw op dezelfde plek uitkomt.

 

Dat is niet alleen heel vermoeiend, het kost ontzettend veel energie.

Je wordt ook steeds vermoeider.

Kan minder verdragen…minder hebben..

 

Je nachten worden misschien zelfs korter.

En je staat alweer piekerend of denkend op.

 

Alsof er altijd een innerlijke tweestrijd is.

Je bent voortdurend energie aan het gebruiken om ergens te blijven waar je eigenlijk niet meer kunt zijn.

 

Al die vermoeidheid is niet vreemd.

Wanneer je zo lang vanuit overleving leeft, kost bijna alles energie.

 

Ergens in je leven was er geen emotionele veiligheid. 

Je lichaam doet dan iets wat bijna vanzelf gaat.

 

Het past zich aan.

Het probeert veiligheid vast te houden.

En zonder dat je het merkt, stap je steeds verder een andere rivier in.

 

Je leeft er zo lang mee…

Dat het vanzelfsprekend is geworden.

 

Je past je steeds verder aan.

Beweegt mee.

 

Totdat het zo vertrouwd voelt…

Dat je denkt dat dit is wie je bent.

Terwijl het nooit is geweest wie je bent.

Je bent zoveel meer dan je overleving. 

Je eigen stroom was nooit verdwenen.

 

Je kon haar alleen niet meer zien.

Daar begint voor mij iedere ontmoeting.

 

Wanneer ik iemand ontmoet, kijk ik niet als eerste naar wat er mis is gegaan.

Ik kijk naar wat er nog altijd aanwezig is.

 

Ik verlies de natuurlijke stroom niet uit het oog.

Ook niet wanneer iemand hem zelf al heel lang niet meer kan voelen.

 

Ik volg de beweging.

Ik zie beide stromen.

Ik forceer niets wat zich nog niet wil laten zien.

 

Zolang iemand zijn eigen natuurlijke stroom nog niet kan voelen, blijf ik haar zien.

 

Ik neem je mee om te gaan leren kijken vanaf een plek waar je nog nooit stond.

Ontdek hoe 20 weken samen eruitzien.