Een landschap laat zich niet in één ontmoeting bewonen.
Omdat een mens zichzelf niet in één ontmoeting opnieuw leert bewonen.
Daarom begint mijn werk niet in de rivier.
Het begint aan de oever.
De oever is de plek waar iemand niet langer volledig wordt meegenomen door de stroming.
Wanneer iemand langere tijd vanuit overleving heeft geleefd, is het bijna onmogelijk om tegelijkertijd midden in de stroming te blijven staan én werkelijk te zien wat er beweegt.
Aan de oever hoeft niets opgelost te worden.
Daar mag het water eerst weer tot rust komen.
Alleen wanneer de stroming rustiger wordt, wordt zichtbaar wat al die tijd onder het troebele water aanwezig was.
Ontmoeting laat zich niet afdwingen.
Zij ontstaat wanneer iemand zichzelf weer kan waarnemen.
De natuurlijke rivier verdwijnt niet.
Soms raakt zij uit het zicht.
Zoals een landschap dat in de mist verdwijnt.
De berg is niet verdwenen.
De rivier ook niet.
Alleen het zicht erop.
Ik blijf aanwezig…totdat de mist langzaam ruimte maakt voor wat er al die tijd was.
Wanneer de natuurlijke rivier weer ruimte begint te krijgen, ontstaat er beweging.
Die beweging laat zich niet haasten.
Zoals een rivier tijd nodig heeft om weer helder te worden, vraagt ook een mens tijd om opnieuw thuis te komen in zijn eigen landschap.
Daarom werk ik niet met losse sessies.
De rivier stroomt ook tussen onze ontmoetingen door.
Ik neem je mee om te gaan leren kijken vanaf een plek waar je nog nooit stond.
We gaan in alles terug naar jou.
Mensen hebben geen gebrek aan informatie.
Mensen hebben een gebrek aan oriëntatie.
Informatie vergroot kennis.
Oriëntatie vergroot overzicht.
We veranderen niet als eerste wat je ziet.
We veranderen de plek vanwaaruit je kijkt.
Alles hangt af van de staat van waaruit iemand kijkt.
De staat van waaruit iemand kijkt, bepaalt wat zichtbaar wordt.
En als die staat verandert…verandert niet alleen wat iemand ziet.
Dan verandert ook wat iemand werkelijk kan voelen.
Wat iemand kan dragen.
Wat iemand kan ontmoeten.
Wat iemand kan belichamen.
Je gaat ervaren hoe het voelt om niet langer voortdurend vanuit overleving te leven.
Je overleving heeft je blik jarenlang naar buiten gericht.
Dat was ooit nodig.
Nu brengen we die blik steeds opnieuw terug.
Zolang je vanuit overleving blijft kijken, blijf je ook zoeken vanuit overleving.
Je kunt jezelf niet ontmoeten vanuit de plek waar je jezelf al die tijd bent kwijtgeraakt.
Je kunt niet vanuit dezelfde plek blijven kijken…en verwachten dat alles anders wordt.
Daarom beginnen we niet met veranderen.
We brengen je eerst terug naar de plek vanwaaruit je kunt gaan waarnemen.
Wanneer je niet langer voortdurend vanuit je overleving hoeft te reageren, ontstaat er iets wat daarvoor nauwelijks mogelijk was.
Er komt ruimte.
Ruimte om aanwezig te blijven.
Ruimte om te voelen zonder erin meegetrokken te worden.
Ruimte om jezelf te dragen.
En vanuit die ruimte verandert niet alleen hoe je naar jezelf kijkt. Ook hoe je relaties aangaat, grenzen voelt, keuzes maakt en het leven ervaart verandert mee.
Zo kan zichtbaar worden wat al die tijd niet zichtbaar kon worden.
Ik reguleer eerst mee.
Ik trek niet.
Ik wacht.
Ik forceer niets.
Ik bewaak de oever, maar blijf op de mijne.
Ik wacht niet omdat ik niets doe.
Ik doe nooit méér dan op dat moment gedragen kan worden.
Soms neem ik iemand mee.
Soms geef ik uitleg.
Soms spiegel ik.
Soms begrens ik.
Zolang je midden in die rivier blijft staan, blijf je kijken vanuit diezelfde rivier.
Een lichaam dat jarenlang heeft geleerd te overleven…
herkent aanwezigheid niet meteen als veilig.
Doordat we je blik steeds opnieuw terugbrengen naar jou……ontstaat er langzaam meer rust.
Wanneer er meer rust komt……kun je ook langer aanwezig blijven.
Wanneer je langer aanwezig kunt blijven……hoef je niet meer steeds met je overleving mee.
Pas wanneer je niet meer voortdurend met de rivier mee hoeft… kun je eindelijk gaan zien wat al die tijd onder water bleef.
Je hoeft niet méér te weten.
Je lichaam mag gaan ervaren wat je hoofd misschien al jaren weet.
Een mens leert hier niet hoe hij naar zichzelf moet kijken.
Hij gaat ervaren hoe het voelt wanneer hij zijn eigen landschap weer begint te bewonen.
Ik neem iemand mee.
Totdat iemand zichzelf weer kan waarnemen.
Een samenwerking begint niet wanneer iemand alles begrijpt.
Zij begint wanneer iemand bereid is niet langer weg te bewegen van zichzelf.
Niet iedereen is op hetzelfde moment bereid of klaar om die beweging te maken.
Dat is iets anders.
De wil is bepalend.
Niet de diagnose.
Niet de ernst van het trauma.
Niet de hoeveelheid overleving.
Maar de bereidheid.
Deze beweging vraagt twee mensen.
Ik bewaak de oever.
Jij hoeft alleen bereid te zijn je eigen rivier te ontmoeten.
Dan ontstaat er ruimte voor een samenwerking.
Onder alles wat een mens heeft moeten worden, blijft de natuurlijke stroom aanwezig.
De mens verdwijnt nooit.
Alleen de verbinding ermee.
Van daaruit ontstaat beweging.
20 weken samenwerking
20 weken persoonlijke begeleiding
Wekelijkse 1-op-1 sessies
Tussentijds contact wanneer dat nodig is
Geen losse sessies
Investering € 5.200
Betaling in termijnen mogelijk
Voel maar of jij deze beweging wilt maken.
Wil je eerst weten vanwaaruit ik kijk?
Vanwaaruit ik kijk
of
Misschien is dit een goed moment voor een eerste ontmoeting.
Ontmoeting
