Onder alles wat een mens heeft moeten worden, blijft de natuurlijke stroom aanwezig.

Wanneer ik naar een mens kijk, zie ik zelden één lijn.
Ik zie twee stromen.
Een natuurlijke stroom.
En een stroom die ooit is ontstaan omdat het ooit niet anders kon.
Soms bewegen die twee zo lang naast elkaar, dat bijna niet meer zichtbaar is vanuit welke stroom iemand leeft.
De één raakt steeds stiller.
De ander steeds nadrukkelijker aanwezig.
Misschien herken je dat.
Je probeert steeds opnieuw te begrijpen waarom je doet wat je doet.
Je blijft zoeken.
Blijft analyseren.
Blijft hopen dat het volgende inzicht eindelijk iets zal veranderen.
En toch… voelt er iets alsof je steeds op dezelfde plek uitkomt.
Wanneer ik kijk, zie ik iets anders.
Ik zie geen beschadigde mens.
Ik zie wat nooit verloren is gegaan.
Ik zie niet hoe een mens zichzelf kwijtraakt.
Ik zie hoe een natuurlijke stroom langzaam uit het zicht kan raken.
Niet verdwenen. Wel steeds moeilijker voelbaar voor iemand.
Vanaf hier wordt herkenning vaak onvermijdelijk.
