Wat zichtbaar is, is zelden het hele verhaal
Al vroeg wist ik dat wat zichtbaar was niet het hele verhaal was.
En ergens nam ik ook geen genoegen met wat ik leefde, met wat ik zag.
Er bleef altijd iets knagen.
Vanaf jonge leeftijd kwamen dezelfde vragen steeds weer terug.
Wat is dit wat ik voel?
Dit kan toch niet alles zijn?
Hoe kom ik hieruit?
Die vragen hebben me eigenlijk nooit verlaten.
Uiteindelijk bleek mijn nieuwsgierigheid groter dan mijn overleving.
En terwijl die vragen bleven terugkomen, bleef ik kijken.
Bleef ik waarnemen.
Naar mezelf.
Naar de mensen om mij heen.
Naar hoe mensen bewegen, reageren en handelen.
Er zijn veel mensen die gefascineerd raken door het verhaal. Mijn aandacht ging eigenlijk altijd naar wat daaronder leefde.
Daar werd ik nieuwsgierig naar.
En eigenlijk is dat nooit veranderd.
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in wat mensen niet zien. Want wat zichtbaar is, is zelden het hele verhaal.
Mensen zijn vaak gaan geloven dat hun overleving is wie ze zijn.
En gaandeweg raken ze niet alleen gevangen in wat hen is overkomen, maar ook in wat ze zijn gaan geloven over zichzelf.
Op een gegeven moment voelt het gewoon als wie je bent.
En zo wordt het steeds moeilijker om nog te zien wat daaronder leeft.
Mensen laten gedrag zien.
Ze vertellen verhalen en dragen overtuigingen met zich mee.
Toch leeft daaronder vaak iets anders.
Hoe langer ik keek, hoe vaker ik hetzelfde patroon begon te herkennen.
In relaties en familiepatronen.
In succes en spiritualiteit.
In trauma en identiteit.
Gaandeweg werd ook duidelijk dat mijn interesse nooit echt bij trauma lag.
Hoe langer ik keek, hoe duidelijker dat werd.
Trauma was de deur, maar niet de bestemming.
Trauma gaat over wat er gebeurd is.
Overleving gaat over wie je hebt moeten worden om daarmee te kunnen leven.
En juist dat wordt vaak verward met identiteit.
Hetzelfde patroon kwam overal terug.
Hoe langer ik keek, hoe duidelijker dat werd.
Het patroon interesseerde me meer dan het label.
Voor mij zijn labels vooral vensters, waardoor iets anders zichtbaar wordt.
Daarom gaat mijn aandacht niet naar het label, maar naar de beweging daaronder.
Mijn interesse ligt nooit alleen in wie iemand geworden is om te overleven.
Maar in wie daaronder leeft.
Hoe langer ik keek, hoe vaker dezelfde vragen terugkwamen.
En eigenlijk kwam het steeds weer hierop neer.
Wie verschijnt er wanneer dat allemaal wegvalt?
Voorbij de diagnose.
Voorbij de rollen.
Voorbij de overleving.
Hoe langer ik keek, hoe vaker ik dezelfde beweging begon te herkennen.
Een menselijke beweging die steeds terugkeert.
De beweging weg van onszelf.
En de beweging terug.
Aanwezigheid is meer dan bewustzijn alleen.
Aanwezigheid is de voorwaarde om werkelijk te kunnen zien.