Van overleven naar blijven
Mijn weg van aanpassen naar thuiskomen
Welkom, ik ben Nancy.
Meer dan veertig jaar leefde ik vanuit codependentie zonder dat woord te kennen. Ik zocht antwoorden, volgde opleidingen, probeerde te begrijpen wat er misging, waar het misging. Maar niemand kon mij vertellen wat er werkelijk onder mijn patronen lag.
Pas toen ik durfde te kijken naar wat mijn lichaam al die tijd wist, begon er iets te verschuiven. Het gebeurde niet in theorie. Het gebeurde in mijn lichaam. Door te voelen wat ik altijd had vermeden.
Ik weet hoe het voelt om liefde te verwarren met pleasen. Om jezelf kleiner te maken om verbonden te blijven. Om je lichaam te negeren omdat voelen te veel is. En ik weet hoe het is om jezelf volledig kwijt te raken in relaties die meer pijn dan veiligheid brachten.
Ik werk met mensen die lang hebben overleefd en nu willen leren leven als zichzelf.
Ik groeide op in een gezin waar veiligheid niet vanzelfsprekend was. Emotionele onveiligheid, alcoholmisbruik en spanningen die in huis normaal waren.
Als kind leerde ik al vroeg dat liefde betekende scannen, pleasen, alert blijven en verdwijnen wanneer het nodig was. Wat ik toen nog niet wist, was dat mijn lichaam alles opsloeg. Elk woord. Elke spanning. Elk gemis. Die manier van leven werd normaal.
In mijn tienerjaren ontwikkelde ik eetstoornissen die jarenlang mijn leven zouden beheersen. Het werd een manier om de gebeurtenissen uit mijn jeugd en het vroege seksueel misbruik te verdoven. Om controle te houden waar alles onveilig voelde.
Wat geen bedding krijgt, zoekt een uitweg. Mijn lichaam had er één gevonden. En wat zich daar had vastgezet, verdween niet. Het veranderde van vorm.
Later trok ik partners aan die dezelfde onveiligheid droegen. Spanning voelde vertrouwd. Intensiteit leek op liefde. Ik verloor mezelf in relaties waarin ik opnieuw ging scannen, pleasen en verdwijnen.
Tot ik brak. En met die ene vraag bleef zitten: hoe kom ik hieruit?
Het antwoord lag niet in nog meer begrijpen. Het begon toen ik bleef waar ik eerder verdween.
Bij de spanning in mijn lichaam.
Bij het verdriet dat geen plek had gekregen.
Bij de angst die ik jarenlang had overschreeuwd met zorgen en aanpassen.
Laag voor laag mocht mijn systeem zakken. Geen grote doorbraak, maar in herhaling.
Telkens opnieuw blijven waar het ongemakkelijk werd. Leren reguleren in plaats van vluchten of pleasen.
Langzaam werd duidelijk dat codependentie niet was wie ik ben. Het was wie ik ooit moest worden om veilig te blijven.
Ik vond het antwoord niet in nog meer kennis, maar in mijn zenuwstelsel. Mijn verleden veranderde niet. Maar ik verliet mezelf niet langer wanneer spanning opdook.
Ik leerde aanwezig blijven waar ik vroeger automatisch verdween. Mijn lichaam werd een ingang. Mijn zenuwstelsel iets dat ik langzaam begon te begrijpen.
Wat daaruit ontstond groeide later uit tot het Identiteitskompas, het ontwikkelingsmodel dat vandaag de basis vormt van mijn werk met identiteitsherstel en persoonlijke ontwikkeling.
Een manier die niet begint bij gedrag, maar bij de plek waar gedrag ooit noodzakelijk werd.
Ik begon te zien hoe mijn lichaam zich had gevormd rond onveiligheid. En hoe codependentie geen karakter is, maar een manier van overleven.
Laag voor laag leerde ik mijn grenzen voelen. Mijn identiteit terughalen uit aanpassen en dragen. Dat veranderde alles.
Wat ik vandaag doe, is ontstaan in dat blijven. In het moment waarop iets spannend wordt en je voelt dat je weg wilt, terwijl er ook iets is dat nog niet gezien is. Daar waar je normaal beweegt, aanpast of verdwijnt, en waar je nu voor het eerst blijft.
In de jaren daarna kwam ik datzelfde steeds opnieuw tegen bij de mensen tegenover mij. Het begrijpen was er al. Het zien ook. En toch gebeurde het opnieuw, precies daar waar het ertoe doet.
Sneller dan je kunt bijhouden.
In hoe je meebeweegt terwijl je iets anders wilt.
In hoe je jezelf inhoudt terwijl er vanbinnen iets allang voelbaar is.
In hoe je jezelf verliest zonder dat het op dat moment zichtbaar is.
Daar werken we.
In wat er gebeurt terwijl je spreekt.
In de spanning die oploopt wanneer iets dichterbij komt.
In de momenten waarop je systeem al reageert terwijl er nog iets gevoeld wil worden.
Wat daar zichtbaar wordt, kun je niet bedenken. En wat daar verandert, verandert in het moment zelf.
Ik volg wat zich laat zien. In jouw tempo. In hoe jouw systeem beweegt.
Wat ik steeds terugzie, is dat mensen blijven vastlopen in hoe hun lichaam is gaan reageren om daarmee te kunnen leven. En dat blijft zich herhalen totdat iemand daar kan blijven waar het eerder te veel was.
Van daaruit ontstaat het werk waarin ik mensen begeleid.
En van daaruit ontstond het Identiteitskompas.
Misschien herken je iets terwijl je leest.
Of voel je iets wat je nog niet helemaal kunt plaatsen.
Je hoeft het niet zeker te weten.
Als je wilt kijken wat er speelt, kun je een verhelderingssessie plannen.
Een eerste moment om samen te zien waar je staat.
Soms wordt daar vanzelf duidelijk of dit werk verder door je heen wil bewegen.
Je hoeft het nog niet te weten. Maar ergens in wat je hier leest, ligt vaak al waar het begint.