“Nancy, wat doe jij eigenlijk?”

 

Ik krijg die vraag bijna dagelijks.

 

Ik neem de natuurlijke menselijke ordening waar.

Ik zie.

En ik blijf.

 

Ja, maar… wat dóe je dan?

Die vraag is heel begrijpelijk.

 

We zijn gewend om mensen te begrijpen vanuit een beroep.

Vanuit een functie.

Vanuit een methode.

Vanuit een vakgebied.

 

Veel vakgebieden hebben hun eigen vertrekpunt.

 

Een therapeut kijkt naar therapie.

Een coach naar ontwikkeling.

Een psycholoog naar gedrag.

 

Mijn vertrekpunt ligt ergens anders.

 

Ik kijk eerst naar de natuurlijke menselijke ordening.

Pas daarna zie ik al die andere bewegingen.

 

Daarom voelt de vraag voor mij soms hetzelfde als vragen aan een boswachter:

 

Wat doe je met bomen?

 

Terwijl hij misschien denkt: “Ik doe niets met bomen. Ik leef in het bos.”

 

Dat is een andere werkelijkheid.

βΈ»

 

 

Ik creëer niet wat ontbreekt.

 

 

Ik help zichtbaar worden wat al aanwezig is.

 

WITRUIMTE  

 

Voordat er woorden zijn, is er een natuurlijke ordening.

Ik heb die ordening niet bedacht.

Ik zie haar overal terug.

 

In de natuur.

In mensen.

In relaties.

In ontwikkeling.

 

Daar begint mijn werk.

 

Niet bij problemen.

Niet bij diagnoses.

Niet bij gedrag.

 

En ook niet bij trauma.

 

Mijn werk begint bij de natuurlijke ordening die onder alles aanwezig blijft.

 

 

 

Ik kijk niet vanuit de rivier.

Ik kijk vanaf de oever.

Dat is de plek vanwaaruit ik beide bewegingen kan blijven zien.

 

 

Veel ontmoetingen beginnen bij trauma, narcisme of codependentie.

 

 

Mijn werk begint daar niet.

Mijn werk begint nog vóór die woorden.

 

Voordat er een diagnose is.

Voordat er een label is.

Voordat er een verhaal is.

 

Ik kijk eerst naar de natuurlijke menselijke ordening.

Van daaruit worden ook trauma, narcisme, codependentie en alle andere bewegingen zichtbaar.

 

 

 

De meeste mensen kijken naar wat beschadigd lijkt.

 

Mijn aandacht gaat eerst naar wat onder alles aanwezig is gebleven.

 

 

 

Ik zie de rivier van overleving.

Ik zie de natuurlijke rivier.

 

En ik verlies de natuurlijke menselijke ordening nooit uit het oog.

 

Daardoor raak ik niet verstrikt in wat iemand is gaan doen.

 

Ik blijf zien wie iemand onder alles nog altijd is.

Ik vertrouw op wat ik waarneem.

 

 

 

 

Een mens is een levend landschap.

 

Nooit af.

 

Altijd in beweging.

 

Wat vandaag nog verborgen is,

kan morgen zichtbaar worden.

 

Er groeit iets.

 

Er verandert iets.

 

Er wordt iets zichtbaar.

 

Er ontstaan nieuwe paden.

 

Nieuwe ontmoetingen.

 

Nieuwe woorden.

 

En ik blijf kijken.

 

——————————————-