Hoe vaak is er eigenlijk iemand anders aanwezig in je gedachten?

Hoe vaak is er eigenlijk iemand anders aanwezig in je gedachten?

Hoe vaak ben je daarin op een dag werkelijk alleen met jezelf?

 

Iemand kan jarenlang bewegen met de aandacht buiten zichzelf zonder dat werkelijk door te hebben. Een ex beweegt mee in wat je denkt. Een moeder in wat je besluit. Een partner in hoe je jezelf ervaart. Een collega in de vraag of je iets goed hebt gedaan. Iemand die je niet begrijpt in de drang om jezelf alsnog uit te leggen. Iemand die je afwijst in de twijfel die daarna vanbinnen ontstaat.

 

En morgen kan het weer iemand anders zijn. Wie het is kan wisselen, de beweging blijft dezelfde. Soms is die ander allang niet meer letterlijk aanwezig, terwijl diegene in je gedachten nog steeds gewoon meebeweegt.

 

De collega is thuis, maar het gesprek wordt nog tien keer gevoerd. De ex is jaren weg, maar krijgt nog dagelijks een plek in iemands binnenwereld. Na jaren valt dat nauwelijks nog op. Er beweegt bijna altijd ongemerkt iemand mee. Alles wordt ik en de ander.

 

En het blijft niet alleen bij de mensen die voortdurend in je gedachten aanwezig zijn. Ook wat vanbinnen niet verder kon ontstaan, kwam steeds meer buiten jezelf te liggen. Veiligheid. Houvast. Erkenning. Geruststelling. Gezien worden. Gehoord worden. Geliefd worden. Bevestiging.

 

Daar kunnen jarenlang verwachtingen aan verbonden blijven.. Als mijn partner mij werkelijk ziet, voel ik me gezien. Als mijn moeder of vader eindelijk erkent wat er is gebeurd, kan ik verder. Als iemand bevestigt dat ik het goed doe, hoef ik misschien niet meer zo aan mezelf te twijfelen. Als iemand blijft, voelt het even veilig.

 

Het kan net zo goed de ex zijn die eindelijk moet begrijpen wat hij heeft aangericht, een therapeut die werkelijk moet begrijpen wat je hebt meegemaakt of vrienden die bevestigen dat jij het goed ziet. En soms komt die beweging ergens heel anders te liggen. In een nieuwe relatie, je werk, een nieuw doel of weer ergens helemaal in opgaan.

 

Veel van die verwachtingen bewegen mee zonder dat je zelf doorhebt dat je iets van de ander verwacht. Wat een ander doet of niet doet, kan daardoor ontzettend veel gewicht krijgen. Iemand reageert zoals je hoopte en er komt rust. Iemand reageert anders en ineens is er twijfel, boosheid, teleurstelling of opnieuw de behoefte om uit te leggen wat je bedoelde. Ik heb zoveel gegeven en krijg dit terug. Ik heb alles uitgelegd en hij begrijpt me nog steeds niet. Ik doe zo mijn best en zij ziet het niet.

 

En soms ís iemand ook teleurstellend. Iemand kan werkelijk niet luisteren. Je niet zien in iets wat voor jou belangrijk is. Je kunt werkelijk veel hebben gegeven en weinig terugkrijgen. Alleen raakt die teleurstelling soms veel meer dan alleen wat er op dat moment tussen twee mensen gebeurt. Zie je wel, ik moet ook altijd alles alleen doen. Niemand is er ooit werkelijk voor mij. Ik kan het blijkbaar ook nooit goed doen.

 

Zolang er buiten jezelf iets is waar die beweging naartoe kan, kan het een hele tijd behoorlijk goed gaan. Een relatie. Werk. Een doel. Een therapeutisch proces. Iemand die eindelijk luistert. Een nieuwe liefde. Zelfs een conflict of een ex waar je nog dagelijks mee bezig bent.

 

Het hoeft dus niet eens iets fijns te zijn. Je kunt woedend zijn op een ex en er iedere dag mee bezig zijn, of midden in een conflict zitten dat je uitput. Er is nog steeds iets waar de beweging naartoe kan. Hoeveel daar nog aan hangt, wordt soms pas zichtbaar wanneer het wegvalt. Een relatie eindigt. Een doel valt weg. Iemand reageert ineens anders. Iets waar je lange tijd mee bezig bent geweest, stopt. En ineens zijn daar weer die leegte, onzekerheid, doelloosheid of zinloosheid. Dat hoeft niet te betekenen dat je terug bij af bent.

Soms wordt juist op zo'n moment zichtbaar hoeveel er vanbinnen nog meebeweegt met wat er buiten jezelf is.

Vaak gaat de beweging dan alweer ergens anders naartoe. Een nieuwe relatie, je volledig op je werk richten, weer een nieuw traject of proces aangaan, iemand zoeken om mee te praten of iets anders waar alle aandacht weer naartoe kan.

Bij iemand anders ziet dat er juist heel anders uit. Die trekt zich terug. Sluit zich af.

Laat maar. Niemand begrijpt mij toch. Het heeft allemaal geen zin. Tot misschien zelfs het punt waarop iemand niemand meer nodig wil hebben.

Aan de buitenkant lijken dat twee totaal verschillende bewegingen. De één beweegt opnieuw ergens naartoe. De ander trekt zich juist overal uit terug. En toch kan onder allebei dezelfde leegte liggen.

Dan is er ook nog alles wat vroeger anders had moeten zijn.

Als mijn moeder toen maar…

Als mijn vader…

Als ik anders was opgegroeid…

Als ze mij toen wel hadden gezien...

 

En misschien klopt het allemaal. Het had anders moeten zijn. Je had veiligheid en bescherming moeten krijgen. Je had ouders nodig die emotioneel beschikbaar waren. Bepaalde dingen had je nooit hoeven meemaken. Dat wachten kan jaren later nog steeds doorgaan. Misschien krijg ik alsnog wat ik toen niet kreeg. Van een ouder die het eindelijk erkent. Van een partner die wel blijft. Van iemand die eindelijk begrijpt wat het werkelijk met je heeft gedaan. Misschien in een volgende relatie. Misschien in excuses die ooit nog komen.

Je kunt gelijk hebben over alles wat je niet hebt gekregen en toch blijven wachten op iets wat niemand je alsnog kan geven. Alleen is meer naar jezelf kijken ook niet automatisch het antwoord.

 

Je kunt oprecht naar jezelf kijken en nog steeds kijken vanuit dezelfde overleving die je probeert te begrijpen. Je kunt enorm veel weten over trauma, hechting, triggers, coping, het zenuwstelsel en patronen en nog steeds nauwelijks waarnemen wanneer je blik alweer naar buiten beweegt. Zo kun je heel goed begrijpen dat je veel met de ander bezig bent en vijf minuten later volledig opgaan in wat je moeder, ex, partner of collega heeft gedaan, zonder te zien dat precies dezelfde beweging alweer plaatsvindt. Zelfs innerlijk werk kan ongemerkt nog vanuit diezelfde overleving plaatsvinden.

 

Om überhaupt te kunnen merken dat je bij jezelf wegbeweegt, moet je eerst zelf weer aanwezig kunnen zijn.  Alleen is juist die beweging naar buiten ooit ergens ontstaan. Wanneer veiligheid vroeger niet vanzelfsprekend was, ging er steeds meer aandacht naar wat er om je heen gebeurde. Naar de ander. Naar sfeer. Naar wat er nodig was. Naar wat veilig was en wat niet. Daar kwam steeds meer van je aandacht te liggen, terwijl er vanbinnen juist zoveel niet voldoende verder kon ontwikkelen.

 

Tegen iemand met weinig eigenwaarde kun je niet simpelweg zeggen dat diegene meer van zichzelf moet houden. Zelfvertrouwen ontstaat ook niet door een techniek toe te passen. Iedere ochtend tegen jezelf zeggen dat je goed genoeg bent, maakt nog niet dat dat gevoel werkelijk van binnenuit komt. Innerlijke veiligheid hoort daar ook bij. Wanneer je jarenlang vanuit overleving leeft, ontstaat innerlijke veiligheid niet ineens omdat je begrijpt waar dingen vandaan komen. Je blik is niet voor niets buiten jezelf komen te liggen. Het was ooit niet veilig genoeg om volledig jezelf te kunnen zijn.

 

Veiligheid bouw je ook niet op door jezelf alleen maar te vertellen dat je nu veilig bent. Wat in je ontwikkeling niet voldoende heeft kunnen ontstaan, ontstaat later niet omdat je het jezelf vertelt.

 

Niemand kan in het zenuwstelsel van een ander stappen en daar alsnog voor diegene opbouwen wat vanbinnen niet voldoende heeft kunnen ontstaan. Een partner kan ontzettend veel van je houden, een vriend kan je werkelijk zien, een therapeut kan je begrijpen en iemand kan je geruststellen, bevestigen of helpen reguleren. Maar niemand kan in jou kruipen en daar jouw eigenwaarde, zelfvertrouwen of innerlijke veiligheid voor je ontwikkelen. Dat kan uiteindelijk alleen in jouzelf ontstaan.

 

Dat betekent niet dat we het allemaal alleen moeten kunnen. We hebben andere mensen nodig. Iemand kan veiligheid bieden, naast je blijven wanneer jij dat zelf nog nauwelijks kunt, luisteren, je helpen reguleren, je geruststellen of van je houden. Je kunt op iemand leunen wanneer je dat nodig hebt. Soms heb je een ander zelfs nodig om vanbinnen weer iets op te kunnen bouwen. Iemand kan een tijd naast je blijven op plekken waar jij zelf nog steeds van wegbeweegt. Een ander kan ontzettend veel bijdragen aan wat er in jou ontstaat. Alleen kan diegene het niet vanbinnen voor jou doen.

 

Je kunt je verhaal twintigduizend keer vertellen. Eindelijk de erkenning krijgen waar je misschien je hele leven op hebt gewacht. Eindelijk iemand die luistert. Die begrijpt wat er is gebeurd. Die ziet wat het met je heeft gedaan. Dat kan opluchting geven, alleen verandert die erkenning niet alsnog wat er ooit in jouw ontwikkeling is onderbroken. Een ander kan jouw verhaal horen. Maar kan niet namens jou doen wat uiteindelijk alleen in jouzelf kan gebeuren.

 

Er komt een punt waarop je kunt blijven rondcirkelen, blijven zoeken, blijven begrijpen en op allerlei manieren in beweging kunt blijven, terwijl de beweging die werkelijk iets van je vraagt de andere kant op gaat, terug naar binnen. Niemand anders kan die beweging terug naar jou voor jou maken. Zelf weer meer aanwezig kunnen zijn maakt dat je gaat zien wanneer je blik alweer vertrekt. Dat je opmerkt wanneer er alweer iemand anders in je gedachten meebeweegt. En dat je steeds meer kunt blijven wanneer alles in je lijf beweegt en de emoties werkelijk alle kanten opgaan. Je kunt een complete woordenschat hebben over trauma, hechting, triggers, copings, innerlijk kind en zenuwstelsel, en tegelijkertijd niet waarnemen dat je blik alweer volledig bij iemand anders ligt.

 

Woorden hebben voor je binnenwereld is iets anders dan erin aanwezig kunnen zijn.

Zo kun je jarenlang bezig zijn met…

Mijn partner ziet mij niet. Mijn vader hoort mij niet. Mijn ex heeft nooit erkend wat hij mij heeft aangedaan.

Maar kijk wat hij deed. Maar zij heeft…

Ja, maar mijn jeugd…

Ja, maar mijn ex…

Als mijn partner nou eens…

Als mijn moeder eindelijk…

Mijn jeugd...

 

Je kunt een hele geschiedenis vertellen. Precies weten wie wat heeft gedaan. Je kunt zelfs volledig gelijk hebben. Maar waar ben jij terwijl je dit vertelt?

En soms ziet dezelfde beweging er precies tegenovergesteld uit.

Dan wordt het, ik ben gelukkig, ik heb niemand nodig, ik ben geheeld, ik sta in zelfliefde, ik kies voor mezelf, ik weet inmiddels wie ik ben, ik laat niemand meer over mijn grenzen gaan. 

Wat je werkelijk vanbinnen ervaart, hoeft niet steeds aan de buitenwereld bevestigd te worden. Ook het verlangen naar zie mij, hoor mij, begrijp wat mij is aangedaan, begrijp waarom ik zo ben geworden, kan jarenlang naar buiten gericht blijven. Dat verlangen is menselijk.

Maar kun jij zelf aanwezig zijn bij wat jij al die jaren zo graag door iemand anders gezien wilde hebben? Bij wat uiteindelijk alleen door jou gedragen kan worden? Wat vanbinnen niet voldoende heeft kunnen ontstaan, is er niet automatisch alsnog omdat je volwassen bent.

Toch wordt er tegenwoordig ontzettend gemakkelijk gezegd dat je jezelf moet geven wat je vroeger niet hebt gekregen. Dat je jezelf liefde en veiligheid moet geven, jezelf moet leren waarderen, meer van jezelf moet houden.

Alleen kun je jezelf niet zomaar iets geven wat zich vanbinnen nauwelijks heeft kunnen ontwikkelen. Eigenwaarde kun je jezelf niet even geven wanneer die vanbinnen nauwelijks is ontwikkeld. En jezelf vertellen dat je veilig bent, maakt nog niet dat je lichaam niet langer vanuit onveiligheid beweegt.

En ook daar kan dezelfde zoektocht gewoon verdergaan. Zelfs wanneer je misschien begrijpt dat een ander het niet voor je kan doen, kun je opnieuw buiten jezelf gaan zoeken naar iets wat het wél voor je zal doen. Misschien is het dan niet meer je partner, je moeder of iemand die jou eindelijk moet begrijpen. Dan wordt het een therapeut, weer een volgend proces, een andere methode, een opleiding of workshop, een familieopstelling, spiritualiteit of plantmedicijnen.

 

Met geen van die dingen hoeft op zichzelf iets mis te zijn. Je kunt ergens naartoe gaan, iets aangaan of hulp krijgen en daar werkelijk iets aan hebben. Precies hetzelfde kun je ook doen terwijl je opnieuw buiten jezelf zoekt naar iets waarvan je hoopt dat het vanbinnen iets zal veranderen.

Niemand anders kan het voor jou doen, maar dat betekent niet dat je niemand meer nodig hebt of dat wat een ander doet je niets meer doet. Andere mensen blijven belangrijk. Soms heb je iemand nodig om op te leunen. Afwijzing kan pijn doen. Een conflict kan je raken. Wat er in je leven gebeurt kan je volledig onderuit halen. Je kunt iemand nodig hebben en tegelijkertijd zelf aanwezig blijven in wat jou raakt. Afgewezen worden zonder jezelf daarin ook te verlaten. Een conflict hebben zonder dat daarmee vanbinnen alles onder je wegvalt.

 

Je kunt je hele leven buiten jezelf blijven zoeken naar iets wat alleen vanbinnen verder kan groeien.