Mensen noemen het bedding....

Mensen noemen het bedding en praten over het gemis daarvan alsof het iets is wat buiten hen ligt. Iets wat opgebouwd moet worden in de vorm van mensen, een partner, een vaste kring, een plek waar je altijd terecht kunt.

Maar wat gebeurt er wanneer het even stil wordt? Wanneer er niemand is om tegenaan te leunen, niemand die je geruststelt of even bij je blijft? Wat gebeurt er dan vanbinnen?

Je kunt prima alleen zijn. Daar zit het niet in. Je vult je dagen, hebt contact met anderen en doet gewoon je dingen. Maar aan het einde van de dag, of ergens tussendoor wanneer je even niets te doen hebt, merk je dat er toch iets blijft bewegen. Een lichte spanning vanbinnen. Je gedachten gaan alweer naar wie er is, wat je kunt doen of waar je naartoe kunt. Zelfs wanneer je een relatie hebt.

Het kan zo gewoon zijn geworden dat je het nauwelijks nog opmerkt. Er hoeft maar even niets te gebeuren en je bent alweer ergens mee bezig. Voor je werkelijk hebt kunnen voelen wat er in jou gebeurt, is je aandacht alweer naar buiten gegaan. Ergens blijft het gevoel dat er iets ontbreekt.

Je kunt mensen om je heen hebben, een fijne relatie, vrienden met wie je regelmatig afspreekt, en toch dat gevoel houden dat je nergens echt thuis bent. Zelfs wanneer je samen met iemand bent, kan dat gevoel er gewoon zijn.

Dan ga je toch weer kijken naar wat er misschien ontbreekt. Ligt het aan mij? Doe ik iets verkeerd? Hebben anderen iets wat ik niet heb? Een gezin, een partner, een plek waar je gewoon kunt zijn, zonder steeds dat onrustige gevoel vanbinnen.

Je kunt daar ontzettend lang mee bezig zijn. Kijken naar je omstandigheden, naar je relaties, naar hoe je leven eruitziet. Misschien zou het anders voelen als je een andere partner had. Als je ergens anders woonde. Als er meer mensen waren bij wie je terechtkon.

Ondertussen merk je nauwelijks dat je aandacht alweer helemaal naar buiten is gegaan. Je bent bezig met wat er allemaal anders zou moeten zijn, terwijl je nog niet eens hebt kunnen voelen wat er eigenlijk in jou gebeurde.

Dat kan zo vertrouwd zijn geworden dat het gewoon voelt als wie je bent. Je hebt misschien nooit anders gekend dan steeds weer ergens buiten jezelf naar houvast zoeken. Je merkt bijvoorbeeld dat je rustiger wordt wanneer je met iemand praat. Wanneer iemand even naar je luistert, je geruststelt of gewoon bij je is. De spanning zakt wat en je voelt je weer beter.

Daar is op zichzelf helemaal niets mis mee. We hebben elkaar nodig. Het is fijn wanneer je bij iemand terechtkunt, wanneer iemand naast je blijft op momenten dat je het moeilijk hebt.

Alleen kan het behoorlijk lastig worden wanneer je die rust zelf nauwelijks kunt vinden. Wanneer je steeds iemand nodig hebt om weer een beetje tot jezelf te komen. Dan kan een avond alleen ineens heel anders voelen dan een avond waarop je weet dat er iemand is met wie je kunt praten.

Je kunt dan al snel denken dat je iets mist in je leven. Dat je meer verbinding nodig hebt, meer mensen om je heen of iemand bij wie je altijd terechtkunt. En ondertussen kan die onrust gewoon blijven terugkomen, ook wanneer je al die mensen om je heen hebt.

Er zijn ook momenten waarop je helemaal niet weet wat je met jezelf aan moet. Je voelt iets opkomen, wordt onrustig, verdrietig of gespannen en voor je het weet ben je alweer bezig met iemand bellen, een bericht sturen of iets zoeken om jezelf bezig te houden.

Je kunt zo gewend raken aan die beweging dat je nauwelijks meer merkt hoe snel je bij jezelf weggaat. Hoe moeilijk het eigenlijk is om even bij jezelf te blijven wanneer er iets vanbinnen geraakt wordt.

En daar ligt ook iets wat niet zomaar verandert doordat je meer mensen om je heen verzamelt. Je kunt ontzettend veel steun en liefde van anderen ontvangen, terwijl je zelf nog nauwelijks aanwezig kunt blijven bij wat er in jou gebeurt.

Je kunt ondertussen ook ontzettend veel over jezelf begrijpen. Weten waar die onrust vandaan komt, waarom je steeds naar anderen beweegt en hoe dat ooit is ontstaan. Maar wanneer je op een gewone avond alleen thuis bent, kan het vanbinnen nog precies hetzelfde voelen. Je merkt misschien dat je alweer naar je telefoon grijpt. Dat je iets wilt gaan doen, iemand wilt spreken of gewoon niet goed weet wat je met dat gevoel aan moet.

Het is ook niet iets wat ineens verandert omdat je het nu begrijpt. Je hebt misschien jarenlang op die manier geleefd. Dan vraagt het tijd om zelf weer aanwezig te kunnen blijven wanneer die onrust opkomt. Om te merken wat er in je gebeurt, zonder dat je aandacht onmiddellijk ergens anders naartoe gaat.

Daar begint ook iets te groeien wat je niet van iemand anders kunt krijgen. Dat je jezelf steeds minder hoeft te verlaten wanneer het moeilijk wordt. Dat je bij jezelf kunt blijven, ook wanneer er niemand naast je zit om je gerust te stellen.

 

En daarmee verandert langzaam ook dat gevoel dat er altijd iets ontbreekt.

Je hoeft niet steeds ergens anders te zijn om je thuis te kunnen voelen.