Grenzen aangeven is niet voor iedereen even vanzelfsprekend.
Misschien weet je heel goed wat je wel en niet wilt, maar krijg je het op het moment zelf niet uitgesproken. Of je spreekt je grens wel uit, maar merkt dat je er vanbinnen helemaal niet zo gemakkelijk bij kunt blijven wanneer de ander daarop reageert.
Misschien herken je het wel, dat je denkt: en nu doe ik het niet meer. Ik laat niet meer over mijn grenzen heen gaan. En dan doet zich een volgende situatie voor en gaat iemand compleet over je grens heen. Alsof je geen grens hebt uitgesproken. Dat kan ontzettend frustrerend zijn, want je wist zo goed wat je wel en niet wilde.
En misschien denk je: hoe dan? Waarom doet iemand dit?
Wat gebeurt er dan eigenlijk met jou op zo'n moment? Kun jij nog in alle rust bij je eigen grens blijven wanneer iemand boos wordt, teleurgesteld reageert of blijft aandringen? Of ga je misschien toch twijfelen? Ga je jezelf dan toch uitleggen of verdedigen?
Misschien komt er wel een schuldgevoel omhoog. Of word je juist boos, geïrriteerd, gefrustreerd of onzeker. En misschien zeg je uiteindelijk toch maar ja. En denk je daarna: shit, waarom heb ik dat nou gedaan? Ik wilde dit helemaal niet.
Misschien spreek je wel heel duidelijk een grens uit en ondertussen voel je je vanbinnen behoorlijk gespannen. Misschien word je hard, boos of fel. Of je wordt juist heel voorzichtig. Je zoekt naar de juiste woorden, probeert rekening te houden met hoe de ander zal reageren en bent ondertussen alweer bezig met hoe je die grens het beste kunt uitspreken.
En soms blijf je iets maar uitleggen, jezelf verdedigen of discussiëren. In de hoop dat de ander eindelijk begrijpt waarom je die grens hebt aangegeven.
Iemand kan volkomen terecht een grens stellen en toch vanbinnen nog helemaal niet bij die grens kunnen blijven. Misschien is de situatie allang voorbij, maar ben je er dagen later nog steeds mee bezig. In je gedachten. In gesprekken met anderen. Met boosheid, frustratie, verdriet of eindeloze vragen. Waarom doet iemand dat? Waarom begrijpt die mijn grens niet? Hoe kan iemand zo respectloos zijn?
En ondertussen gaat er ontzettend veel aandacht naar de ander.
En dat is wat ik in mijn werk bij cliënten zie veranderen.
Waar iemand voorheen voortdurend bezig was met hoe een ander zou reageren, zie je dat er steeds meer rust komt. Iemand raakt steeds meer aanwezig bij zichzelf. Er ontstaat steeds meer innerlijke veiligheid en draagkracht.
Je merkt dat je steeds meer bij jezelf kunt blijven, ook wanneer iemand boos wordt, teleurgesteld reageert of het helemaal niet met je eens is. Zonder dat je daardoor vanbinnen nog geraakt wordt.
Grenzen worden steeds meer van binnenuit voelbaar. Wat wil ik eigenlijk zelf? Wat voelt voor mij goed? Waar wil ik wel in meegaan en waarin niet?
En soms komt iemand er gaandeweg achter dat bepaalde grenzen die jarenlang zo vanzelfsprekend leken, helemaal niet meer zo vanzelfsprekend zijn.
Grenzen kunnen ook ontstaan vanuit angst, onzekerheid of de behoefte om jezelf te beschermen. Zeker wanneer je jarenlang vanuit overleving hebt geleefd. Sommige grenzen worden gaandeweg veel duidelijker. Andere veranderen of blijken helemaal niet meer nodig.
Ook de manier waarop je met je grenzen omgaat, kan daardoor behoorlijk veranderen. Waar je voorheen misschien vanuit onzekerheid je woorden zorgvuldig afwoog, bang was voor de reactie van een ander of juist boos en fel werd om je grens overeind te houden, merk je dat je dat allemaal niet meer nodig hebt. Je kunt luisteren naar iemand. Rekening houden met een ander. Misschien hoor je iets waardoor je ergens anders naar gaat kijken of zelfs van gedachten verandert. En dat kan ook gewoon. Omdat je zelf kunt blijven voelen of iets voor jou klopt.
Wanneer je steeds meer aanwezig bent bij jezelf en niet meer vanuit overleving leeft, ga je ook steeds meer vanuit je eigen innerlijke waarheid spreken, zonder dat oude emoties de overhand hebben zoals voorheen.
Je kunt vanuit innerlijke rust zeggen wat je wel of niet wilt. En daar ook werkelijk bij blijven. Je hoeft je grens niet kracht bij te zetten met boosheid, frustratie, strengheid of een hele uitleg. En een ander mag daar best iets van vinden. Je kunt dat ook gewoon bij die ander laten, zonder dat er bij jou vanbinnen meteen weer van alles in beweging komt.
Je hoeft er geen eindeloze discussie van te maken. En wanneer iemand blijft aandringen, blijft pushen of telkens opnieuw over diezelfde grens begint, hoef je daar ook niet steeds op te reageren. Want soms is geen antwoord ook gewoon een antwoord.
En wat ik zo mooi vind om bij cliënten te zien, is hoe blij iemand kan zijn als die ergens nee tegen heeft gezegd en er daarna vanbinnen gewoon niets gebeurt. Dat iemand dan tegen me zegt: ‘Nancy, ik voelde echt een nee en ik bleef erbij. En er gebeurde gewoon niets vanbinnen. Het gaf zoveel rust en ruimte.’
Geen schuldgevoel. Geen twijfel. Geen hele discussie met zichzelf. Gewoon een nee, en daar kunnen blijven.
En soms zeg ik dan ook: kijk de volgende keer eens wat er gebeurt als je een grens voelt en je je voorstelt om precies het tegenovergestelde te doen. Dus niet dat je het werkelijk gaat doen, maar gewoon eens in gedachten. Stel je voelt heel duidelijk een nee. Wat gebeurt er dan in je lichaam als je je voorstelt om toch ja te zeggen? En dan merk je dat iemand dat ja bijna niet eens meer uitgesproken krijgt. Alsof het hele lichaam reageert bij de gedachte om toch over die eigen grens heen te gaan. Jezelf verlaten voor een ander gaat niet meer zo vanzelfsprekend.
Er wordt zoveel gesproken over grenzen. Grenzen stellen, grenzen aangeven, grenzen bewaken, grenzen respecteren. Alsof het voortdurend iets is waar je mee bezig moet zijn. Terwijl het uiteindelijk ook zo gewoon kan worden. Je hoeft niet voortdurend met je grenzen bezig te zijn als ze werkelijk van binnenuit komen.